French English NederlandsItalian
meer informatie op onze Engelse afdeling

Homofilie normaal

Een veelzijdig onderzoek. naar erkenning van homofilie

door Ton G.M. Smits

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave 3
1 Ten geleide. 5
Voetnoot: 7
2 Waarom kerken zo moeilijk doen wanneer het over seksualiteit gaat. 8
3 Een voorbeeld uit de kerkelijke praktijk. 10
DEEL 1: Vooraf. 13
4 4. Kritisch afwegen. 13
5 Het gebruik van Heilige Geschriften. 14
6 Het belang van de Traditie. 17
7 Wetenschap en geloven. 19
8 De opvattingen van de Kerk van Rome en van verscheidene andere kerken m.b.t. seksualiteit kan men als volgt kort samenvatten: 21
9 Het rommelt in de kerken. 23
DEEL 2: Uit de geschiedenis. 24
10 Oorsprong van de term Homoseksualiteit. 24
11 Seksualiteit in de geschiedenis. 26
12 De oorsprong van opvattingen over seksualiteit en homofilie. 27
13 Politieke ontwikkelingen. 33
14 Literatuur over seksualiteit. 36
15 Het identificatieproces. 38
16 Hoe de kerken er mee om gingen. 43
17 De opvattingen van kerkvaders en kerkleraren in vroeger eeuwen. 47
18 De wetenschap wijst op veranderde inzichten. 54
19 19. Verandering in het gelovend denken. 56
DEEL 3: Wat we nu weten. 59
20 Een ontdekking van onderschatte betekenis: 59
21 De vergeten vrouw. 62
22 Hoezo man en vrouw? 64
23 Een nog complexere werkelijkheid. 69
24 Een irreële intentie. 72
25 Je lust en je leven. 74
26 De kerkelijke opvatting werkte negatief. 78
27 Is homofilie dan wel tegennatuurlijk? 79
DEEL 4: Conclusies. 81
28 28. Grenzen verleggen. 81
29 29. De mens leeft pas volwaardig bij de gratie van zijn relaties. 84
30 30. Voorrang voor de relatie en voortplanting als keuze. 87
31 31. Het gaat ook om het algemeen belang. 90
32 32. Waarden en normen. 91
33 33. Het homohuwelijk. 94
Deel 5: Samenvatting . 98
34 Aanvaarding volledig én kritisch. 98
  Conclusie. 100
  Literatuurlijst 101
  TEKSTEN 105
Tekst 1. Scheppingsverhalen 105
Tekst 2. Sodom 106
Tekst 3 Onan 106
Tekst 4 Vlees en geest 107
Tekst 5 Genderwoordenlijst 107
Tekst 6. De Universele Verklaring van de rechten van de mens 111
Tekst 7. De Universele Verklaring van Menselijke Verantwoordelijkheden 111
Tekst 8. De 10 geboden 112
Tekst 9. Deuteronomium 5,1-22 113
Tekst 10 Romeinen 1,24-32. De wilde zedeloosheid 114
Tekst 11. 1 Korinthe 6,5-10. Paulus' boosheid 115
Tekst 12 Gaudium et Spes. 115

1. Ten geleide

Zo op het eerste gezicht lijkt homofilie (inclusief homoseksualiteit) maatschappelijk wel aanvaard. Of moeten we zeggen: getolereerd? Dat laatste is dichter bij de waarheid. Want van een algemene aanvaarding is zeker geen sprake. Eerder leeft de houding: "Och laat die mensen toch. Dat moeten ze toch zelf weten. Als ze een ander maar geen schade doen."

Zelfs onder mensen die vanuit hun beroep met dit soort onderwerpen bezig zijn, komt men uiterst zelden een soort verantwoording tegen en daarbij komt men dan meestal niet verder dan enkele bijbelteksten. Maar mogen wij daar ,zowel maatschappelijk als wetenschappelijk gezien, wel genoegen mee nemen, als we moeten constateren dat het voor miljoenen mensen over de gehele wereld om echte levensvragen gaat?

Is het wel verantwoord om te kiezen voor de stilte, omdat we anders alleen maar maatschappelijke onrust veroorzaken? (een houding die we vooral bij kerken nogal eens aantreffen.) Is het dan wel juist alleen te kiezen voor de pastorale benadering?

Het moge duidelijk zijn dat een mening over homofilie in feite neerkomt op een mening over de gehele menselijke seksualiteit. en dat daarbij het onderscheid tussen de dierlijke en menselijke seksualiteit van essentieel belang is. Dieren zijn onontkoombaar onderworpen aan de dwang van de natuur. Zij kunnen niet anders. De mens is echter als "animal rationale" in staat boven die natuurlijke aandrang uit te stijgen. Daardoor is hij in staat keuzes te maken. En waarom zou de wetenschap hem daarbij niet van dienst kunnen zijn?

Vanuit mijn ervaring als godsdienstleraar en ziekenhuispastor weet ik dat er veel onvrede is met de bestaande situatie, omdat vele antwoorden ontbreken. Met name gesprekken met aidspatienten hebben mij duidelijk gemaakt dat er dikwijls sprake is van echte gewetensproblemen vooral onder gelovigen, die toch wel trouw willen blijven aan hun geloof en hun kerk. En vergeten we dan vooral ook niet de ouders en grootouders en andere familieleden en vrienden. In feite gaat het om miljoenen mensen. Maar ook in de wetenschapswereld wordt het de hoogste tijd dat er een serieuze poging wordt gedaan een positieve visie op seksualiteit en homofilie te ontwikkelen.

En omdat het in de praktijk ook te maken heeft met geloof en kerken is daarbij theologie een belangrijke wetenschap.. Theologie is immers de wetenschap, die o.a. tot taak heeft zich kritisch bezig te houden met het gelovig denken van mensen.

Ook binnen een groot aantal andere wetenschappen is veel bekend geworden over de menselijke seksualiteit. Ik denk dan aan wetenschappen als: natuurkunde, biologie, psychologie, seksuologie, sociologie, geschiedenis enz. Het onderwerp vraagt daarom om een veelzijdige, multidisciplinaire benadering.

De kernvragen voor dit boek zijn dan:

Er zijn dan meerdere vraaglijnen aan te geven:

1. Heeft gebrek aan kennis ons soms op het verkeerde been gezet?
2. Welke (gelovige) opvattingen en gebruiken hebben daarbij een rol gespeeld?
3. Wat weten we nu, anno 2007, over de menselijke seksualiteit?
4. Wat is eigenlijk het eerste doel van de menselijke seksualiteit?

Het onderwerp seksualiteit is een zo technisch en wetenschappelijk ingewikkeld onderwerp gebleken dat het onmogelijk is bij voorbaat al een moreel oordeel te geven, d.w.z. vóórdat kennis is genomen van wetenschappelijke inzichten. Die kennis moet dus vooraf gaan aan een dergelijk oordeel. En het is duidelijk dat dit binnen godsdiensten dikwijls niet het geval is. In het verleden was dit ook onmogelijk omdat die kennis er eenvoudigweg niet was. En door die ontbrekende kennis in het verleden lopen kerken nu nog het risico dat hun morele oordeel op verkeerde gronden berust.

Zo blijkt de ontdekking van de vrouwelijke eicel in de 19de eeuw van weinig of geen invloed te zijn geweest op het morele denken over de menselijke seksualiteit, vooral door het mannelijke denken over het proces van de procreatie, dat in feite de rol van de vrouw miniem achtte en het belang van de mannelijke zaadcel zwaar overdreef zonder dat men, naar achteraf bleek, voldoende kennis had van de werkelijkheid. Dit alles betekent dat met het veranderen van onze inzichten ook ons morele oordeel eventueel moet kunnen veranderen.Dat heeft niets te maken met situatie-ethiek en gelegenheidsmoraal, een moraal die wij kunnen gebruiken al naar het ons van pas komt, maar wel met de ons heden ten dage bekende werkelijkheid.

Want zo mogen we vaststaande wetenschap toch wel zien: Serieus wetenschappelijk onderzoek maakt deel uit van onze werkelijkheid. Verschillende wetenschappen maken ons dan ook duidelijk dat op goede gronden veel oude moraalopvattingen inzake de menselijke seksualiteit niet langer houdbaar zijn.

Doordat maatschappelijk gezien de aanvaarding van homofilie toch al wel een eind gevorderd is, dreigt er een discrepantie tussen het maatschappelijk en kerkelijk denken te ontstaan, hetgeen weer storend kan werken op de onderlinge menselijke verhoudingen. Maar ook voor de maatschappij zelf is het belangrijk in deze tot een helder oordeel te komen. In toenemende mate horen wij immers via nieuwsberichten van een groeiende agressie op straat tegen homofielen.

En dan lijkt het vermoeden niet onredelijk dat dit mede voortkomt uit gebrek aan kennis en een overmaat aan vooroordelen. De enige weg uit het dilemma is dan een uitgebreid onderzoek naar het ontstaan van deze opvattingen, waarbij vele vragen dienen te worden onderzocht. Ik heb daarbij dikwijls de opvattingen van de Kerk van Rome als uitgangspunt genomen, omdat die het meest geprononceerd, duidelijk en kennelijk van grote invloed zijn.

In deze studie wil ik geen scheiding aanbrengen tussen homofilie (de aanleg) en homoseksualiteit (het praktiseren van de aanleg). Beide zijn m.i. onafscheidelijk met elkaar verbonden.Daarom noem ik ze meestal onder één noemer: "homofilie", hoewel de term homoseksualiteit niet altijd vermeden kan worden.

Ik hoop uiteraard dat deze studie kan bijdragen aan een veranderingsproces binnen kerk en maatschappij.

Toch lopen we bij het bestuderen van dit onderwerp het gevaar dat we te snel een conclusie trekken. Ik heb in gesprekken bijvoorbeeld meerdere malen gemerkt dat uit kringen van tegenstanders men heel gemakkelijk op één onderwerp de "aanval" opent en dan de rest niet meer in de discussie betrekt. We dienen pas na het kennisnemen van alle argumenten tot een eigen oordeel te komen.

Het zij zo.

Amstelveen, mei 2007
Ton G.M. Smits

2. Waarom kerken zo moeilijk doen wanneer het over seksualiteit gaat

De vraag naar de legitimiteit van homofilie binnen godsdiensten is een steeds weer opduikend probleem. Menigeen heeft er een eigen antwoord op gevonden en gaat verder zijn of haar eigen gang. Maar er zijn ook mensen die, onder invloed van de kerkelijke leer, moeite hebben met een definitieve keuze. En met name gelovige homofielen en ouders en grootouders van homofiele kinderen worstelen dikwijls met vele vragen op dit terrein.

Ik heb ook in het pastoraat geconstateerd dat door veel mensen in stilte wordt geleden onder die opvatting van hun kerk. Ik ben dan ook van mening dat ook de kerken, inclusief de Kerk van Rome, toe zijn aan een zelfonderzoek met betrekking tot de verhouding van hun Leer en de wetenschappelijke ontdekkingen, die in deze tijd toch opvallend mogen worden genoemd.

In de tien jaar dat ik dit onderwerp bestudeerde, kwam ik ook een preek op het spoor van de vroegere studentenpastor in Amsterdam pater J.van Kilsdonk s.j. Anderen hebben die preek later de titel gegeven van " De vondst van de schepperpreek". Hij zei daarin: "Zodra wij met nuchtere waarneming zulk een zich altijd voortzettend getal van vrouwen en vrouwen en mannen en mannen gadeslaan die zelfs in een bedreigende cultuur niet ophouden een eigen liefdesaanleg met ernst en bloei te handhaven, dan kan de gelovige niet anders begrijpen: deze behoefte en deze kunst om te beminnen en om bemind te worden is niet zo maar een toeval, nog minder een ongeval. Zij is een vondst, een ontwerp van de Schepper."

Een intrigerende stellingname, die niet zo eenvoudig valt te "bewijzen" Maar de meest intrigerende vraag blijft toch : "Wáárom doen kerken en in het algemeen religies toch altijd zo moeilijk wanneer het over seksualiteit gaat?"

En waarom wordt in de kerkelijke leer zo uitdrukkelijk en apart gesproken over homoseksualiteit en homofilie? Interessant is het hier te verwijzen naar het betoog dat dr. Jan Jans,moraaltheoloog aan de Universiteit van Tilburg, in dit verband houdt in de onlangs verschenen essaybundel in verband met de nieuwe opleiding aan genoemde universiteit, genaamd:" Religie in Samenleving en Cultuur".(65)

Het derde onderwerp in genoemde bundel luidt:"Waarom religies zo moeilijk doen over seks." Met als ondertitel: " Seksualiteit is en blijft een mysterie.`

De opening luidt:" Veel christenen en moslims 'doen moeilijk over seksualiteit' Dat komt voort uit hun traditie die teruggaat tot het boek "Genesis". Maar, vermeldt Jan Jans dan: " De wortels van het religieuze "moeilijk doen' liggen echter dieper. Onder meer in het mysterie van de seksualiteit zélf. Seks kent immers twee uiteenlopende facetten. Enerzijds hoort de extase, de lust, de 'goddelijke gekte' bij de seksualiteit. Anderzijds maakt ook de intimiteit, de tederheid en het verlangen er deel van uit. Omdat seksualiteit beide verlangens herbergt, blijft zij raadselachtig."

En verder:" De bijna klinische verbodsmoraal van het christendom veroorzaakte een cultuur van schaamte en zelfs afkeer. De lust perverteerde tot schaamte, erotiek werd een vies woord en rond de expressie van de seksualiteit ontstond een taboe." Dit denken, vermeldt Jan Jans, : " is een gevolg van een dualistisch mensbeeld. Dit dualisme scheidt de mens niet alleen in lichaam en geest. Het plaatst de geest ook boven het lichaam en vat dat op als ongehoorzaam of zelfs opstandig onderdeel van de mens." Als we dus de vragen rond seksualiteit inclusief homofilie willen oppakken, zullen we ook de vraag naar dit dualisme moeten stellen.

Jan Jans stelt dan:" Door het stellen van deze vragen, kan het 'moeilijk doen' over seksualiteit ten minste een plaats krijgen. Tegelijkertijd kan het kritisch tegen het licht worden gehouden." (65) Maar er is nog een andere heel belangrijke reden waarom christelijke kerken en met name de Kerk van Rome buitengewoon bevreesd zijn voor nieuwe kennis over de diversiteit van seksen en gender. En het is opvallend hoe over dit probleem stelselmatig wordt gezwegen. Het vraagt onontkoombaar ook om nieuwe inzichten over geloofsmysteries als de maagdelijkheid van Maria en de geboorte van Jezus van Nazareth, hoewel dat helemaal niet hoeft te leiden tot ontkenning van deze geloofsmysteries. In tegendeel: zij kunnen wellicht tot verheldering ervan voeren.

3. Een voorbeeld uit de kerkelijke praktijk

"Voor altijd onze kinderen." Boodschap van de Amerikaanse bisschoppen over homoseksualiteit. De Bisschoppenconferentie van de Verenigde Staten gaf al weer enige tijd geleden een boodschap uit over homoseksualiteit, met name gericht aan de ouders van homoseksuele kinderen, onder de titel: "Voor altijd onze kinderen." Een wat vreemd gebruik van het woordje "onze" want in de Kerk van Rome hebben bisschoppen immers geen kinderen. Maar de bedoeling herken ik wel. Deze boodschap beschouw ik als een modelvoorbeeld van de manier waarop meestal het probleem van de homoseksuele praktijk in kerkelijke kring wordt omzeild.Vandaar deze wat uitgebreidere beschouwing.

Ik wil eerst mijn waardering uitspreken voor de onmiskenbaar goede, pastorale bedoelingen van deze boodschap. De bisschoppen zeggen al in het begin: "Wij willen juist op basis van de leer van de kerk en onze eigen pastorale ervaring woorden van geloof, hoop en liefde spreken tot ouders die behoefte hebben aan de liefdevolle aanwezigheid van de kerk in een tijd die voor hen misschien wel een van de meest beproevende van hun leven is." En verder merken zij op: "Deze boodschap is niet bedoeld om gebruikt te worden door voor-of tegenstanders of om een bepaalde agenda te dienen."

Na een korte beschrijving van de pijnlijke gevoelens die ouders kunnen ervaren na de ontdekking van de seksuele geaardheid van hun kind onder de titel:"Een kritisch moment, een tijd van genade." schrijven zij: "Het gaat in onze boodschap over het accepteren van Uzelf, uw overtuigingen en waarden, uw vragen en alles waarmee u op dit moment worstelt."

Genoemd worden dan gevoelens van opluchting, woede, rouw, angst, schuld, schaamte, eenzaamheid en van ouderlijke trots. En dit zijn inderdaad de gevoelens die wij bij ouders van homofiele kinderen kunnen tegenkomen.

De ouders worden aangespoord hun kind te accepteren: "Verbreek het contact niet; wijs uw kind niet af." "De tweede manier om uw liefde tot uitdrukking te brengen is passende hulp zoeken voor uw kind en voor Uzelf." Vanuit de erkenning dat over de term "homoseksuele geaardheid" geen algemene overeenstemming bestaat, wordt opgemerkt:

1.Gezien deze mogelijkheid lijkt het dan ook terecht om de seksuele geaardheid (heteroseksueel of homoseksueel) als een fundamenteel element van iemands persoonlijkheid te zien en de relatieve stabiliteit ervan in een persoon te erkennen."

2. In het algemeen wordt een homoseksuele geaardheid ervaren als gegeven, niet iets waarvoor men in vrijheid gekozen heeft.

3.Ten tweede moet men zich richten op de persoon, niet op de homoseksuele geaardheid als zodanig."

Deze benadering lijkt al een hele tegemoetkoming: Het bestaan van de aanleg wordt erkend zonder dat over schuld gesproken wordt. Het wordt echter nog steeds gezien als een afwijking van de natuurlijke gang van zaken. En daar ligt nu precies het probleem.

Als een soort troost wordt herhaaldelijk gewezen op de positieve ervaring van Gods liefde, ook voor deze kinderen: "God houdt niet minder van iemand, omdat hij of zij homoseksueel is. God schenkt zijn liefde overal en altijd aan iedereen die zich openstelt om haar te ontvangen." Begrijpelijk in het geheel van het kerkelijk denken, mag men dan verwachten dat ook een opmerking wordt gemaakt over de gewone mensenrechten: "Respect voor de door God geschonken waardigheid van ieder mens impliceert de erkenning van mensenrechten en menselijke verantwoordelijkheden. De leer van de kerk maakt duidelijk dat de fundamentele mensenrechten van homoseksuele personen beschermd moeten worden en dat wij er allen naar moeten streven om iedere vorm van onrechtvaardigheid, onderdrukking of geweld tegen hen uit te bannen. Het is niet voldoende om alleen onrechtvaardige discriminatie tegen te gaan; homoseksuele mensen moeten worden behandeld met respect, begrip en fijngevoeligheid."

Daarna volgen dan pastorale aanbevelingen voor ouders en pastores. "En tot slot richten wij nog het woord tot onze homoseksuele broeders en zusters" luidt dan de slotfase in.

Dit laatste deel beslaat nog geen halve bladzijde, terwijl het hele stuk bijna acht pagina's beslaat.Daardoor is dit stuk een gemiste kans naar deze "broeders en zusters" toe. In feite hangen deze broeders en zusters er maar wat bij, mede omdat er geen apart schrijven aan henzelf is gericht.

Een oprecht bedoeld, warm geschrift. Maar toch…….. Het uitgangspunt is de leer van de Kerk. Het is duidelijk: Deze pastorale boodschap moet men zien als een gehoorzaam volgen van de richtlijnen van Paus Johannes Paulus II. En het vermoeden lijkt niet onredelijk dat deze bisschoppen nogal wat moeite hebben met de praktijk van de pastorale zorg zoals deze paus dit zag. Toch willen zij ook onenigheid met de hoogste kerkelijk leiding voorkomen. Vandaar deze compromisvorm.

Blijkbaar zijn de bisschoppen er ook bezorgd over (en niet ten onrechte) dat zij door hun brief "betrokken kunnen worden in discussies tussen voor- en tegenstanders, of dat zij worden gebruikt om bepaalde agenda's te dienen." En dat willen zij dus ook weer niet.

Maar vanwaar dan die vrees, als je toch zeker bent van je zaak? En de grote pastorale bezorgdheid, die gelukkig vooral uit deze brief spreekt? Kan die wellicht ook worden uitgelegd als een verkapte verzachting van de kerkelijke leer. Naar mijn mening lees ik immers nergens een expliciete en totale veroordeling van homoseksueel gedrag. Eerder vermoed ik een stilzwijgende afwijzing van de formele leer, althans door een deel van dit episcopaat.Ik houd van deze brief dan ook de indruk over dat het een compromis is tussen verschillende opvattingen die in het grote Amerikaanse Bisschoppencollege leven. En dat hoeft ons uiteraard niet te verbazen.

Voetnoot:

Wie de beschikking wil hebben over de volledige tekst van dit onderzoek, kan het bestellen via de e-mail van de auteur: agmsmits@prettel.nl

De titel is: Om een positieve benadering van homofilie.
Een discussiestuk over homofilie.
Het kan heel goed gebruikt worden als uitgangspunt van groepsdiscussies. Dit is een uitgave in eigen beheer.
De kosten bedragen € 15 incl.portokosten. Toezending volgt na overmaking op gironummer 17.95.266 t.n.v. A.G.M.Smits. te Amstelveen.

AMRUTHA, roman in het Engels
door John Wijngaards
Hoe komen wij de verouderde sexuele moraal te boven?
Het christelijk genieten van seks Veelgestelde vragen
Fantasieën Naaktheid Voorbehoedsmiddelen Schuld Homoseksualiteit Masturbatie
Nieuw focus in de Katholieke seksuele moraal/ academische bronnen


Homofilie Normaal door Ton G. M. Smits

Voorwoord

Geschiedenis

Onderzoek

Conclusies

Samenvatting

Literatuur

Genderwoorden

Teksten