French English NederlandsItalian
meer informatie op onze Engelse afdeling
Homofilie normaal

Homofilie normaal

Een veelzijdig onderzoek. naar erkenning van homofilie

door Ton G.M. Smits, 2007

DEEL 1: Vooraf

4. Kritisch afwegen

Om een gefundeerd antwoord te vinden op de vraag of het aanvaarden van homofilie ook theologisch te verantwoorden is, zullen we op een aantal onderwerpen dieper in moeten gaan. Allerlei vragen naar bijbelteksten, geschiedenis, literatuur, opvattingen hierover binnen kerken in verleden en heden en naar antwoorden die door wetenschappelijk onderzoek worden gegeven zijn daarbij van belang. Ook het signaal dat er binnen de kerken duidelijk heel verschillende opvattingen bestaan, is van betekenis. En uiteraard mag men niet anders verwachten dan dat daarbij heel wat hindernissen zullen moeten worden genomen voordat er sprake is van officiële erkenning. Dat zal dan ook niet per omgaande gebeuren. Alvorens te beginnen met het specifiek bespreken van het onderwerp van dit boek, seksualiteit en homofilie in het bijzonder, is het nuttig eerst enkele meer algemene vragen te bespreken, die als regel worden opgeworpen, wanneer een discussie op gang komt over een of ander geloofsonderwerp.

Dat is terug te vinden in deel 1: "Vooraf".
Deel 2 blikt terug in de geschiedenis, hetgeen verheldering kan bieden over het ontstaan van nog bestaande opvattingen. Deel 3 behandelt een aantal opvattingen c.q ontdekkingen, die door de moderne wetenschappen worden gepresenteerd. En deel 4 tracht tenslotte tot conclusies te komen.

5. Het gebruik van Heilige Geschriften

Wanneer in kerken en godsdiensten ( en niet alleen bij hen) over een belangrijk onderwerp(zoals in ons geval over seksualiteit en homofilie) discussie ontstaat, dan grijpt men al snel naar argumenten vóór of tegen die men dan het liefst aan gezaghebbende bronnen ontleent. Op zich bestaat daartegen ook geen bezwaar, al moeten we deze bronnen dan wel op de juiste manier aanwenden.

Dat geldt ook voor het onderwerp van dit boek: de seksualiteit. In dat opzicht spelen Heilige Geschriften als Bijbel en Koran een heel belangrijke rol.

Kunnen godsdiensten, om een mening te vormen over seksualiteit en homofilie zo maar gebruik maken van Heilige Geschriften? Het belang van deze boeken wordt zeer hoog geschat. De gelovigen vinden er niet alleen veel inspiratie en verdieping in, ook wordt op die manier het geloof van de voorouders doorgegeven. En uiteraard wordt daarmee ook geprobeerd uit te leggen wat de heilige wil van God is. Ook de traditie, d.i. hetgeen gebruikelijk is, wordt op deze manier doorgegeven.

Maar theologen zijn er tegenwoordig van overtuigd dat een al te letterlijk verstaan van teksten uit Heilige Geschriften steeds meer tot problemen en conflicten zal leiden, omdat zo'n uitleg voortdurend in botsing komt met kennis die wij in onze tijd tot onze beschikking hebben. Van een soort telefonische verbinding, waarbij de teksten zouden zijn gedicteerd, was dus geen sprake, hoewel met name fundamentalistische groepen daar wel graag van uit gaan.

Uiteindelijk maakten geestelijke leiders in een ver verleden op zeker moment een keuze ten gunste van díe teksten, die naar hun opvatting en in die tijd het best hun geloof weergaven. En omdat die keuze soms echt wel moeilijk was, werden er teksten over onderwerpen opgenomen die onderling toch wel verschillen vertoonden. Maar die verschillen deden er voor hen niet zoveel toe. Het ging tenslotte om de mate van inspiratie. Twee bekende voorbeelden in de bijbel zijn de twee scheppingsverhalen in het Boek Genesis (zie tekst 1). Bij nauwkeurige lezing vallen enkele verschillen meteen op.

Dat betekent ook dat er buiten de erkende boeken nog teksten bestaan, die toch de moeite waard zijn er kennis van te nemen, maar die eenvoudigweg door de geestelijke leiders niet werden opgenomen. En ook die teksten kunnen veel verhelderen over het geloven in die tijd. Al deze teksten zijn een weergave van de ervaringen in welke vorm dan ook, waarin vele generaties de wil van God herkenden en erkenden, en die men om die reden doorgaf als geloofsgoed.

Met andere woorden: Godsdiensten geloven dat God zijn wil kenbaar maakt op een heel eigen en unieke manier, die voor mensen moeilijk te doorgronden is. En Heilige Geschriften zijn daar de neerslag van. Het zijn dus geen geschiedenisboeken, hoewel er uiteraard wel historisch materiaal in verwerkt werd. Het zijn boeken die de bedoeling hebben te inspireren, het geloof te verdiepen en door te geven. Maar het zijn daardoor ook teksten die uitgaan van de kennis en gebruiken, die men in die dagen had.

Wij mogen er dan ook geen wetenschappelijke conclusies uit trekken. Geen van de Heilige Geschriften geeft bijvoorbeeld, wetenschappelijk gezien, een sluitend bewijs van het bestaan of niet bestaan van God. Dat is een zaak van geloven. Van in vertrouwen aanvaarden.

Als voorbeeld: Het scheppingsverhaal wil niet zeggen hóe God precies heeft geschapen. Het is de uitdrukking van de vaste overtuiging dát God de wereld heeft geschapen. Het scheppingsverhaal is dus een literaire vorm om dat geloof door te geven. Het blijft echter een verhaal en het is dus geen natuurwetenschappelijke verhandeling.

Inmiddels hebben wij door de ontdekking van de evolutie en door andere wetenschappelijke vondsten kennis kunnen nemen van het werkelijke verloop van de ontwikkeling van deze wereld, zij het dan dat wij er nog altijd lang niet alles over weten.

We moeten dus bijzonder voorzichtig zijn met de bewering dat de Bijbel of welk ander Heilig Geschrift dan ook, iets wil zeggen over natuurwetten en zaken als de toekomst van deze wereld. Die kennis van zaken hadden de mensen in die tijd in ieder geval heel wat minder dan wij nu hebben. Daardoor konden zij er wetenschappelijk gezien weinig over zeggen. Toch moeten wij constateren dat in dit opzicht dikwijls conclusies worden getrokken, die van grote invloed blijken te zijn op het leven van mensen. Ik wil ook wijzen op een ander verschijnsel bij het gebruik van teksten uit Heilige Geschriften: de schriften gebruiken als bewijs voor zijn gelijk. Daardoor komt men gemakkelijk tot een foutieve uitleg van de betekenis van die teksten. Het eigen gelijk staat dan voorop en de betekenis van de tekst wordt daaraan dienstbaar gemaakt.

In het kader van dit boek kunnen zo o.a. genoemd worden de verhalen over Sodom en Gomorra (Genesis 19) en over de man Onan ( Genesis 38), (Zie tekst 2 en 3). Men had kennelijk behoefte de veroordeling van homoseksualiteit (want hier gaat het inderdaad over gedrag) bijbels te rechtvaardigen, omdat onder de mensen van die tijd de mening heerste, dat homoseksualiteit slecht was. Daarom verklaarde men het verhaal als een veroordeling van homoseksualiteit. Tegenwoordig beseffen wij evenwel dat die teksten een heel andere bedoeling hadden.

Hierover schreef Ellen van Wolde, oudtestamentica, in de Bazuin (van 7 juli 2000 in het artikel, dat als titel droeg "De schreeuw van Sodom en Gomorra":

" Het is vooral in de latere westerse en christelijke moraal dat Genesis 19 gelezen is als een tekst tegen homoseksualiteit. In de joodse traditie is het verhaal over Sodom en Gomorra altijd gelezen als een verhaal over verkrachting, machtsmisbruik en schending van gastvrijheid. De noodkreet om hulp van de weerloze die alleen gehoord wordt door God, is de "trigger" van het verhaal. Deze schreeuw zet alles in beweging en zet het tegengedrag van JHWH-God in werking. Hij treedt op, niet om de homoseksuelen de nek om te draaien, maar om weerloze slachtoffers te hulp te komen. Misbruik van teksten heeft helaas te vaak tot misbruik van mensen geleid."

Hoewel het verhaal opkomt vóór de verdrukten, werkt het opeens tégen een bepaalde groep verdrukten: de homoseksuelen.

Datzelfde geldt voor het verhaal van Onan: Het verhaal wordt verteld om duidelijk te maken dat een man volgens de joodse traditie gehouden was kinderen te verwekken bij de vrouw van zijn overleden broer, die door zijn vroege dood niet voor nageslacht had kunnen zorgen. Het gaat dus niet om het verloren zaad, maar om de weigering van wat men zag als een wet van God. Het verhaal wordt echter nog steeds gebruikt om de zelfbevrediging of zaadverspilling te veroordelen, waartegen men meende bezwaar te moeten maken. Het verschijnsel werd zelfs naar het verhaal genoemd: "Onanie."

Maar Heilige Geschriften kan men niet gebruiken om "te bewijzen". De bijbel bewijst niets in rationele of wetenschappelijke zin. De bedoeling is het doorgeven van gelovige overtuigingen. Gebruiken wij ze voor andere doeleinden dan ontkennen wij de bedoeling van die boeken en ontkrachten daarmee hun betekenis. Toch moeten wij constateren dat zulk verkeerd gebruik van teksten nog regelmatig voorkomt. We kunnen dus geen wetenschappelijke gegevens aanvaarden of ontkennen met een beroep op Heilige Geschriften. Dat zijn zaken die weinig of niets met elkaar te maken hebben. Maar er is nog een andere manier om teksten uit heilige boeken verkeerd te gebruiken.

Dat is het negeren van kennis, na grondig exegetisch onderzoek, over het ontstaan en de betekenis van teksten. Woorden en zinnen de oude vertaling blijven geven om een wetenschappelijk achterhaalde betekenis te kunnen vasthouden.

Enkele voorbeelden, waarbij ik voor het gemak maar uitga van de gebruikelijke vertaling (zie tekst 1):

Gen.2,23: Er staat niet "mannin zal zij heten, want zij is uit een man genomen", want de vertaling luidt: Mannin zal deze heten, want uit een man is deze genomen. Er is dus niet duidelijk sprake van "de" vrouw. Er schijnt bedoeld te worden "een variatie op de man". Maar waarom dat gebeurt, is niet duidelijk uit de tekst op te maken. We mogen dus deze tekst niet gebruiken alsof het zeker over het onderscheid tussen mannen en vrouwen gaat.

Gen. 2,24 wordt gebruikt alsof deze tekst tegelijk met de hele tekst van Genesis is ontstaan, om daarmee te laten zien dat het huwelijk door God al bij de schepping is gewild. Dit in tegenstelling tot de exegetische vaststelling dat deze tekst pas veel later is toegevoegd door de Joodse priestertraditie en dus geen deel van het Genesisverhaal uitmaakt. Een voorbeeld van een dergelijke toepassing is Het document over het homohuwelijk.

Daar wordt onbevangen "aangetoond" dat uit deze tekst de complementariteit van de geslachten zou moeten blijken als zijnde onderdeel van het scheppingsverhaal. Die conclusie is derhalve onjuist.

6. Het belang van de Traditie

Een andere term die door kerken naast het woord Openbaring wordt gebruikt om een bepaalde leer te benadrukken is het woord : Traditie. De term Openbaring slaat voornamelijk op de Heilige Geschriften. Ook de Traditie wordt voortdurend aangehaald als bewijs van de juistheid van bepaalde leerstukken.

Wat is eigenlijk Traditie? En: Is Traditie altijd doorslaggevend? Openbaring wordt wel omschreven als: "De daad, waardoor God zich persoonlijk aan de mensen kenbaar heeft gemaakt." Men beschouwt Openbaring dus als een activiteit van God. (2, nr.36)

Traditie is datgene dat al heel lang in gebruik is en zijn waarde heeft bewezen. Traditie slaat dus op activiteit van mensen. Dat is een belangrijk onderscheid. Zou men als gelovige van Gods activiteiten nog kunnen zeggen dat de mens daarop geen invloed kan uitoefenen, bij de Traditie ligt dit anders, omdat het om menselijk handelen gaat. Traditie is daardoor per definitie mogelijk aan verandering onderhevig.

Traditie komt van het Latijnse woord "tradere" hetgeen betekent: "overdragen, aanreiken, geven om te bewaren en aanbevelen". Ik gebruik zelf ook graag de betekenis afgeleid van het Franse woord "traduire" hetgeen "vertalen" betekent.

Traditie is een manier om aan te geven, welke gebruiken als zinvol worden beschouwd en wat als geloofswaarheid wordt aanvaard. Traditie moet iets verduidelijken, vertalen en overdragen. Daarom heeft traditie ook rationele consequenties. Traditie is dus niet: "slikken of stikken." Of zoals Kuitert ook zegt (35);" Traditie is geen playbackvertoning". Traditie is een aanbod tot geloven te komen. Traditie heeft een bemiddelende en geen dwingende rol. De optie van Traditie is het aanbod te be"amen". Het is een uitnodiging tot een zoektocht: " Zo hebben wij het ontdekt en onthouden. Bekijk het eens van die kant".

Jezus zegt in het evangelie niet voor niets:" Zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan." Hij heeft nooit gezegd:" Schakel je verstand uit en volg mij."

Traditie heeft daarnaast een beschermende functie. Het voorkomt dat men in het wilde weg steeds weer opvattingen verandert en aanpast aan de tijd zonder grondig onderzoek. Traditie maakt zo ook behoedzaam. Traditie moet dan ook worden bewaakt zowel naar de kant van behoud als naar de kant van vernieuwing. Het is zoals prof. dr. Henk Berkhof al in 1995 zei: "Een kerk die trouwt met de tijdgeest, is binnen de kortst mogelijke tijd weduwe."

Tot slot een andere pittige uitspraak van dezelfde prof. Berkhof uit 1988: "Ik denk dat de Schepper twee ijzers in het vuur houdt: conservatieven en progressieven. Twee ijzers want: als je progressieven hun gang laat gaan, moet je vrezen voor verwarring en als je conservatieven laat begaan voor verstarring en dictatuur."

Traditie is dus belangrijk. Traditie mag echter niet nieuwe ontwikkelingen de weg versperren. Het vraagt een voortdurend afwegingsproces: Is het nieuwe de moeite waard om door te geven? Of: Is het oude nog wel geldig?

Nu hebben kerkelijke leiders dikwijls de neiging hun Traditie liefst te vertalen als een onveranderlijk verschijnsel. Dat is evenmin goed als het tegenovergestelde: Traditie als van geen waarde te bestempelen. Met Traditie is het dus oppassen geblazen. Misbruik dreigt naar beide zijden. Maar voor ons onderwerp seksualiteit en homofilie dreigt vooral het behoudende gevaar omdat daarbij zo duidelijk sprake is van nieuwe gegevens. De tegenwoordige kennis van zaken is zelfs dikwijls in strijd met de gegevens waarop de oude moraal was gebaseerd. En dat is precies de oorzaak van de moeizame veranderingen in deze opvattingen. Het zal veranderingen extra moeilijk maken.

7. Wetenschap en geloven

Wat betekent het nu, wanneer gedegen onderzoek aantoont dat bepaalde opvattingen in die geschriften naar beste weten werkelijk onjuist zijn? Zullen dan opvattingen bijvoorbeeld op moreel terrein mee moeten veranderen?

Aangezien geloven en wetenschap van een totaal andere orde van denken zijn, kan het niet zo zijn dat wetenschap de wezenlijke inhoud van een godsdienst bepaalt. Maar andersom uiteraard ook niet. De keuze voor welke vorm van geloven dan ook behoort per definitie geheel vrij te zijn. Het is niet voor niets dat in iedere goede grondwet de vrijheid van godsdienst wordt gegarandeerd. Dat is een wezenlijk deel van de algemeen erkende mensenrechten. De Universele Verklaring van de rechten van de mens zegt in artikel 18 dat ieder mens recht heeft op " Vrijheid van geweten, godsdienst en overtuiging." En in artikel 30: "Niemand mag aan de Universele Verklaring voor zichzelf enig recht ontlenen dat de rechten en vrijheden van anderen zou vernietigen." Met wetenschappelijke kennis is dat een geheel andere zaak. Werkelijk vaststaande kennis kan men moeilijk ontkennen, wil men althans voor een gezond denkend mens worden aangezien. Daarnaast bestaat er een tamelijk grijs terrein waarover mensen met elkaar grondig van mening blijken te kunnen verschillen. Maar naarmate onze kennis toeneemt, zal dit grijze gebied steeds smaller worden. Zo'n gebied is bijvoorbeeld de waarde die men toekent aan alternatieve geneeswijzen. De één gelooft er vast in, de ander vindt het maar kwakzalverij. De één meent wetenschappelijk te kunnen aantonen dat een bepaalde vorm van geneeswijze onzin en zelfs gevaarlijk is, de ander kan dit vol overtuiging onder verwijzing naar eigen ervaringen afwijzen. Verplichting tot aannemen van het één of het ander bestaat ook daar niet. Zulke onderwerpen worden pas echt een probleem wanneer het zaken betreft, die dwingen tot morele keuzes. Van deze tijd is o.a. de brandende vraag of het moreel wel geoorloofd is een mens te klonen. Het is technisch gezien wellicht mogelijk daartoe over te gaan, het is dan nog de vraag of het ook geoorloofd is. Op zo'n onderwerp kan dus wetenschap botsen met geloof.

Blijft over het terrein waarop een geloofsopvatting in verband met wetenschappelijke kennis rationeel kan worden afgewezen. De mens heeft de vrijheid zelf die keuze te maken. En ook religieuze leiders kunnen die keuzes niet (meer) verbieden. Zij kunnen hoogstens wijzen op de opvatting die hun religie officieel aanhangt. De keuze is dan een zaak van het persoonlijke geweten en daarin behoort de mens nu precies geheel vrij te zijn. En dat is maar goed ook. In de geschiedenis is dit dikwijls anders geweest, met alle soms rampzalige gevolgen daarvan. En in sommige landen is het nog steeds zo. Die mogelijkheid leidt steeds weer tot onderdrukking van de menselijke vrijheden.

Alle bovengenoemde problemen doen zich ook voor op het terrein van het onderwerp van dit boek: de seksualiteit.Het Christendom beroept zich op de bijbel en op andere geschriften zoals die van de kerkvaders en kerkleraren en niet te vergeten de traditie. Het staat echter vast dat de auteurs van deze teksten niet op de hoogte waren van onze tegenwoordige biologische en psychologische kennis, van de evolutieleer e.d.

Daar komt nog bij dat in die geschriften dikwijls een oordeel gegeven wordt (bijvoorbeeld over de plaats van de vrouw) op een wijze die niet meer door mensen van onze tijd wordt aanvaard, omdat die als onjuist, onrechtvaardig en krenkend (voor de vrouw) wordt beschouwd. En vooral: Bij stellingnames t.o.v. de seksualiteit heeft men de uitleg van teksten gebruikt om het maatschappelijk en kerkelijk denken te verantwoorden. De omgekeerde wereld dus.

Nu wij echter meer weten over het ontstaan en de bedoeling van deze teksten en ook wetenschappelijk gezien uitvoerig beschikken over kennis die tot een andere beoordeling dwingt, is het zaak op een verantwoorde wijze tot een nieuwe beoordeling te komen.

Dat gebeurt in dit boek door een aantal uitgangspunten, die als regel door kerken worden genoemd, opnieuw te onderzoeken. Blijft dan nog de vraag wat dan voorrang dient te krijgen: de mening van een godsdienst of de serieuze uitkomsten van de wetenschap? Welnu: principieel maakt ieder zijn eigen keuzes, mits hij/zij daardoor niet het recht op een afwijkende mening van een ander beperkt of zelfs onmogelijk maakt.

Maar is het voor godsdiensten dan wel verstandig vaststaande gegevens te verwerpen?
Of doet een godsdienst er wijzer aan het probleem uit te leggen en die mening te herzien?
Ik meen te mogen vaststellen dat bij afwijzing zonder meer van die gegevens die godsdienstige overtuiging niet meer serieus genomen zal worden, daardoor aan kracht zal verliezen en derhalve zijn doel voorbijschiet. En met name zal dit ook gelden t.a.v. de seksualiteit.

8. De opvattingen van de Kerk van Rome en van verscheidene andere kerken m.b.t. seksualiteit kan men als volgt kort samenvatten:

1. Alle menselijk leven is een directe gave van God, waaraan de mens niet mag tornen.
2. Kennelijk wordt het mannelijk zaad als buitengewoon belangrijk gezien. Zelfs bijna belangrijker dan de vrouwelijke eicel. Dat heeft als oorsprong de oude mening dat het menselijk leven gegeven is in de mannelijke zaadcel. De kerk zegt dit wel niet (meer) met zoveel woorden, maar deze opvatting speelt nog steeds, wellicht onbewust, een belangrijke, zij het latente rol.
3. Hoewel tegenwoordig binnen het kader van het huwelijk lust tot op zekere hoogte wordt aanvaard, feitelijk heerst er een afweerhouding tegenover het verschijnsel lustbeleving, en dan vooral verengd tot de seksualiteit.
4. Het enige en alles uitsluitende doel voor de menselijke seksualiteit is procreatie. Alles dient altijd, minstens qua intentie, gericht te zijn op dat ene doel: voortplanting in puur fysieke zin.
5. De bescherming van alle vormen van menselijk leven heeft steeds voorrang boven alle andere doelstellingen.

De kerk beroept zich daarbij op een vijftal uitgangspunten:

  1. Op de bijbel, vooral op bepaalde teksten.
  2. Op de traditie,waarin met name de kerkvaders en kerkleraren een grote rol spelen.
  3. Op concilies.
  4. Ook op Vaticanum II , hoewel daar ook al andere opvattingen geopperd werden dan bij de vorige Concilies.
  5. Op de onveranderlijkheid van de leer.

Maar de opvattingen binnen de Kerk van Rome blijken toch niet zo eensgezind als men in Rome graag wil laten zien. Twee belangrijke geschriften tonen dat duidelijk aan: De pastorale Constitutie van Vaticanum II: "Gaudium et Spes" ( Vreugde en Hoop) (1965) en de geschiedenis rond het ontstaan van de encycliek Humanae Vitae (Van het menselijk leven.) (1968) Het hier volgende moge dat verduidelijken.

Gaudium et Spes. (zie tekst 11)

Pastorale Constitutie over de kerk in de wereld van deze tijd." Dit Conciliestuk zegt een aantal zaken heel duidelijk: 1. Iedere generatie vraagt zijn eigen benadering, ook die van deze tijd.
2. Wij zijn definitief overgegaan naar een geheel nieuwe periode in de geschiedenis, die men niet met vorige perioden kan vergelijken: de tijd na de ontdekking van de evolutie.
3. De ontwikkeling vindt plaats langs lijnen van evolutie d.w.z. langs lijnen van een onderling afhankelijke ontwikkeling. De ene fase is ondenkbaar zonder de vorige en is toch geheel nieuw.
4. Wetten en denken uit de vorige periode passen niet meer in deze tijd. Deze tijd vraagt om soms geheel nieuwe benaderingen.

Dit zijn ontwikkelingen in het denken binnen de kerk die men niet mag onderschatten. Het Concilie ziet in meerderheid dat de realiteit van deze wereld om aanzienlijke veranderingen vraagt. Er gebeurde ook iets bijzonders, dat tot dan toe voor onmogelijk werd gehouden.

Opvallend is de keuze, dat, in tegenstelling met voorheen, geen enkele rangorde in de huwelijksdoeleinden wordt aangegeven, terwijl heel duidelijk gekozen wordt voor de liefde tussen twee personen als minstens zo belangrijke doelstelling als de procreatie. Deze liefde wordt omschreven als interpersoonlijke verhouding". (nr.49) Heel duidelijk is ook de formulering ten aanzien van de verantwoordelijkheid van de echtgenoten in nr.50.(tekst 12.) En last,but not least: het concilie komt tot een definitie van het huwelijk: "Het huwelijk is een gemeenschap van leven en liefde, een eindpunt van een groeiproces van verlangens, wensen en beslissingen van de verloofden uit genetisch en existentieel oogpunt, als een gemeenschap van liefde.

De liefde wordt dus feitelijk verheven tot hoofddoel van het huwelijk. Dat is echt nieuw in het kerkelijk denken. Toch bleek het tot nu toe nog niet van doorslaggevende betekenis.

Deze Pastorale Constitutie toont ook een grote tegenstelling met een ander kerkelijk document, dat geheel buiten het Concilie ontstond: De Encycliek " Humanae Vitae" (Van het menselijk leven.) Ondanks alle pogingen hier een moderne visie te ontwikkelen: door de inbreng van de ultra-conservatieve kardinaal Ottaviani c.s. ontstond uiteindelijk een tekst, die absoluut alle wijzigingen in de kerkelijke opvatting over huwelijk en seksualiteit afwees. In drie jaar tijd had kennelijk toch de zeer behoudende groep binnen het Vaticaan gewonnen. Er is dus sprake van grote interne verschillen van opvatting in deze zaak.

9. Het rommelt in de kerken

Alles overziende kan men niet staande houden, dat de leer van de kerken en de kerkelijke regels altijd dezelfde zijn geweest. In de loop der eeuwen zijn vele malen correcties aangebracht, ook door de pausen persoonlijk, waarvan er zelfs door de volgende paus sommige weer werden teruggedraaid, waardoor opnieuw onduidelijkheid ontstond. Dit speelt in deze tijd des te sterker op het terrein van de seksualiteit, waarvan menigeen de leer achterhaald, onlogisch en onjuist acht. Al met al kan men concluderen dat in seksuele zaken het leerambt voor veel mensen feitelijk zijn gezag heeft verloren, hoe betreurenswaardig men dit ook kan vinden.

Het rommelt dus in de kerken en onder de gewone kerkleden groeit de behoefte aan herziening. Er moet dus iets gebeuren. In de nu volgende hoofdstukken wil ik dat standpunt nog verder verduidelijken.

AMRUTHA, roman in het Engels
door John Wijngaards
Hoe komen wij de verouderde sexuele moraal te boven?
Het christelijk genieten van seks Veelgestelde vragen
Fantasieën Naaktheid Voorbehoedsmiddelen Schuld Homoseksualiteit Masturbatie
Nieuw focus in de Katholieke seksuele moraal/ academische bronnen


Homofilie Normaal door Ton G. M. Smits

Voorwoord

Geschiedenis

Onderzoek

Conclusies

Samenvatting

Literatuur

Genderwoorden

Teksten