French English NederlandsItalian
meer informatie op onze Engelse afdeling
Homofilie normaal

DEEL 4: Conclusies

In: Homofilie normaal

Een veelzijdig onderzoek. naar erkenning van homofilie

door Ton G.M. Smits, 2007

28. Grenzen verleggen.

Het zou van weinig realiteitszin getuigen te veronderstellen dat door een goede onderbouwing een andere opvatting over seksualiteit en homoseksualiteit zo maar zou worden aanvaard. Het probleem zal ook voor velen voorlopig nog een onneembare vesting blijken te zijn. Zo eenvoudig ligt de zaak niet.

Regels en opvattingen van officiële instanties verander je nu eenmaal niet in een handomdraai. En kerken vormen daarop geen uitzondering. Maar ook opvattingen in onze maatschappij blijken dan hardnekkiger te zijn dan men denkt.

In de geschiedenis zien wij inderdaad dat grote veranderingen altijd "van onder af aan" groeien en veel tijd nodig hebben. Maar het leven van alledag gaat door en mensen zullen zich steeds opnieuw gedwongen voelen keuzes te maken.

Daarom hoeft dat niet te betekenen dat het in de dagelijkse praktijk bij het oude zou moeten blijven. Uiteindelijk moet ieder mens naar eer en geweten het eigen leven inrichten. En wanneer ik op goede gronden tot de overtuiging kom dat bijvoorbeeld mijn kerk onjuist oordeelt, dan zal toch mijn eigen keuze moeten prevaleren. Dat was in de moraal altijd al een vaststaand uitgangspunt. Het eigen, goed gevormde geweten gaat voor alles

Kerkleden doen er ook verstandig aan zich daaraan niet te ergeren, maar wel te blijven aandringen op wijziging en in alle rust de eigen overtuiging te blijven uitspreken. Kerkelijke leiders zullen moedig hun mening moeten geven en zich uit moeten spreken over wat onder de gelovigen leeft en gebeurt, ook als dat niet overeenkomt met de officiële regel of met de mening van het "hoogste gezag".

En dat blijkt vooral in de kerk van Rome een groot probleem, omdat men daar in feite dergelijke afwijkende meningen niet wenst. Het gebeurt daardoor ook te weinig en dit wordt mede veroorzaakt omdat men (te snel?) vreest voor maatregelen als spreekverboden en dergelijke, waaraan in het heden en verleden menig voorganger inderdaad onderworpen werd. Toch is het de enige weg.

We moeten nu eenmaal soms onze grenzen verleggen om ruimte te krijgen voor het nieuwe en het verlaten van het oude. Dat is ook een kwestie van vertrouwen.

Een andere opvatting van seksualiteit en homofilie vraagt natuurlijk een hele omschakeling van ons denken. De schrijvers van heilige geschriften hebben dat ook begrepen en zij hebben dat soort processen meerdere malen beschreven in verhalen over grote mannen en vrouwen.

In het bijzonder wil ik hier op twee personen wijzen die in de bijbel, maar ook in de Koran uitdrukkelijk worden vermeld: Abraham en Maria. Beiden waren niet in staat te beoordelen wat de gevolgen zouden zijn van de keuzes die zij moesten maken, maar zij geloofden in de goede bedoelingen van God en sloegen nieuwe wegen in.

Gen. 12, 1: " JHWH zei tot Abram: Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie, naar het land dat ik u aan zal wijzen. Ik zal een groot volk van u maken. Ik zal u zegenen en uw naam groot maken."

Gen.12, 4: Toen trok Abram weg, zoals JHWH hem had opgedragen. Abram was vijfenzeventig jaar, toen hij Haran verliet." Hij ging op hoge leeftijd wil de tekst vooral benadrukken. Eigenlijk gekkenwerk zouden wij zeggen. Maar het liep toch goed met hem af. Zo gebeurde het ook met Maria, de vrouwelijke Abraham.

Lukas 1,35: "De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal U overschaduwen…. 37: want voor God is niets onmogelijk." 1,38. "Nu zei Maria: Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord." En Elisabet prees Maria om haar moed:

Lukas 1, 45: " Zalig zij die geloofd heeft, dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is." Wat durf en vertrouwen al niet te weeg kunnen brengen.

Maar waarom zouden mensen al die moeite doen? Daar is maar één argument voor: het geluk van mensen. Want daar gaat het steeds om. Mensen zijn van nature gelukszoekers. En in relatie met anderen kan de mens pas echt gelukkig worden. Geluk betekent een diep gevoel van tevredenheid, veiligheid, gehechtheid. Een gelukkig mens kan heel wat hebben. Geluksgevoel is net als gezonde humor een wapen bij tegenslagen. Op die manier krijgen bijbelse teksten een nieuwe en diepere, maar ook menswaardiger betekenis.

De oude schrijvers zagen het goed toen zij schreven: En God sprak: Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken, die bij hem past. Toen sprak de mens: Eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees.

En met nadruk vermeldden zij dan: En God bezag alles wat Hij gemaakt had en Hij zag dat het heel goed was. Deze gehele tekst gaat over het belang van de menselijke relatie, die niet alleen maar goed, maar zelfs als heel goed wordt beoordeeld. En dat wordt alleen vermeld bij deze scheppingsdaad. En dan zegt Adam: Eindelijk……. De zucht spreekt boekdelen. Na een lange zoektocht ontdekt Adam: " Ik heb die ander echt nodig."

29. De mens leeft pas volwaardig bij de gratie van zijn relaties.

Iedere mens is pas volledig mens omdat hij medemens is. En medemens is hij dank zij zijn relaties. (Uiteraard bedoel ik met de mannelijke vorm zowel mannen als vrouwen.) Het begint al bij de geboorte. Meteen ontstaat een noodzakelijke band, een hechte relatie met de moeder en hopelijk met de vader En die relatie is noodzakelijk. Het is de enige kans om te overleven. Ongelukkig het kind dat, door welke oorzaak dan ook, geen moeder heeft, die voor hem zorgt. Zijn redding kan alleen maar komen uit de zorg van een ander mens, die zich over hem ontfermt. Zo gaat het een heel leven lang door. De totaal vereenzaamde mens is een verloren mens.

Uit oude verhalen van de Franse marine komen voorbeelden te over. In het oude Franse zeerecht bracht men opstandige zeelieden, die zich ernstig misdragen hadden, bij wijze van straf naar een verlaten eiland. Slechts de natuurlijke voedingsmiddelen waren daar aanwezig. Er was geen ander mens te bekennen. En pas na een jaar ging men controleren hoe het met de gestrafte ging. En trof men hem al levend aan, hij was dan toch in iedere geval vervallen tot een vorm van krankzinnigheid, die veroorzaakt werd door de eenzaamheid, zeggen de verhalen. Van oude mensen is bekend dat zij het leven voor gezien houden wanneer zij vereenzamen. Daarom doen we in onze maatschappij zo veel moeite dit te voorkomen.

Een mens heeft een ander mens nodig: om mee te kunnen spelen; om mee te kunnen praten; om mee van gedachten te kunnen wisselen; om zijn brood te kunnen verdienen; om zijn emoties mee te kunnen delen, om zich erkend en geborgen te kunnen voelen. Zelfs de meest gevoelige relatie met een geliefd dier kan die behoefte niet echt vervangen. Er zijn vele soorten relaties mogelijk: privé en zakelijk; in het klein en in het groot. In ieder geval heeft een mens altijd een ander mens nodig: iemand die plant en bouwt, zodat hij kan eten en wonen; iemand die hem kan helpen en adviseren bij het verzorgen van zijn gezondheid; iemand die hem helpt wanneer hij in de problemen zit, iemand met wie hij zijn gevoelens kan delen en met wie hij kan communiceren. Met andere woorden: De mens is noodzakelijkerwijs een sociaal wezen, op zoek naar relaties.

De meest intieme relatievorm is dan de seksuele relatie, waardoor op zeker moment de totale overgave van de ene persoon aan de andere het resultaat kan zijn.

De goede seksuele relatie is ook "totaal", dat betekent: lichamelijk én geestelijk; biologisch én emotioneel: met elkaar delen en elkaar tot steun zijn.

Maar het is ook goed te bedenken dat iedere relatie nu eenmaal altijd spanningen oproept, waarmee we moeten leren omgaan: het is een lang en moeizaam, steeds voortgaand proces, dat verloopt met vallen en opstaan, een leven lang.

" Het eigensoortige van de relatie van mens tot medemens komt ook uit in spanningen, die er tussen beide bestaan. De medemens is nimmer geheel dezelfde als ik: hij is altijd anders."

(C.A. van Peursen in Filosofische Oriëntatie, nr. 28 pag. 229) En er dient ook ruimte te zijn voor het toch anders zijn dan die ander.

Het is blijkbaar zo, dat dit voor ieder mens geldt. Een goede relatie met een ander mens is zelfs belangrijker dan de behoefte zich voort te planten.Een mens kan zonder de mogelijkheid tot procreatie heel goed gelukkig zijn. Zonder relatie is dat onmogelijk. De relatie is de enige mogelijkheid volwaardig mens te zijn.

Maar een relatie kan vele vormen aannemen. Van simpele vriendschap, nabuurschap, collegialiteit en familierelaties tot uiteindelijk de erotische relatie, die om de hoogste vorm van respect en trouw vraagt, mede vanwege haar kwetsbaarheid.

Een mens kan pas zinnig denken aan nageslacht als de situatie daartoe geëigend is. Ongelukkig het mensenkind dat zonder zorg op deze wereld wordt gezet. Kinderen moeten worden begeleid en opgevoed. Daar is een stabiele situatie voor nodig.

Kinderen moeten een lange weg gaan eer zij tot volwassenheid kunnen uitgroeien. Kinderen moeten leren omgaan met hun eigen problemen, maar ook met de problemen van anderen. Zij moeten leren rekening te houden met de belangen van anderen zonder evenwel hun eigen belangen te verwaarlozen. Zo leren zij al doende grenzen verkennen van wat mogelijk en onmogelijk, gewenst en ongewenst is. En hoe moeilijk dit leerproces is bewijzen dagelijks pubers met hun problemen, die ook ouders soms maar moeilijk kunnen begrijpen.

Zonder eigenliefde en acceptatie van jezelf is het onmogelijk "je naaste te beminnen." Maar het evenwicht daarin moet wel geleerd worden. Dat gebeurt pas gedurende vele jaren. Dat lukt pas echt in een goede relatie met opvoeders. Een goede relatie aangaan is dus niet vanzelfsprekend en moet worden geleerd, meestal met vallen en opstaan. En tot slot: mensen moeten weten dat zij welkom zijn. Dat hun aanwezigheid op prijs wordt gesteld. Zij moeten zich bevestigd voelen door hun omgeving: gezin, familie, school, werk, vrienden en vriendinnen. De meest funeste ervaring, vooral voor kinderen, maar feitelijk voor iedereen, is die van het zich ongewenst voelen. Psychiater prof. Anna Terruwe noemde dit "bevestiging". In haar beroemde "bevestigingstheorie" wijst zij op het gevaar van het ontbreken van die bevestiging. De mens dreigt dan tot "zelfbevestiging"te vervallen, hetgeen zij als zeer gevaarlijk en bedreigend zag voor de maatschappij.

In het kader van ons onderwerp kunnen we dan ook de vraag stellen of de eerste doelstelling van de menselijke seksualiteit wel de voortplanting is. Is het niet veel logischer de relatie voorop te stellen en pas daarna, en zo mogelijk de voortplanting?

Opmerkelijk vind ik in dit verband een onderzoek door de neuropsycholoog dr. David Weeks. Hij deed 10 jaar lang onderzoek naar het geheim van je jonger voelen dan je bent. Hij concludeert: Je merkt dat seks stoffen aanmaakt die nogal bevredigend zijn.

En de seksuoloog Hans Peter Gramberg vermeldt dat een gebrekkig seksleven veel fysieke klachten op kan leveren. Zijn conclusies lijken mij van grote waarde: "Er moet meer aandacht komen voor de sociale aspecten van de relatie, want seks is niet het doel, het gaat uiteindelijk om geborgenheid, warmte en een gevoel ergens thuis te horen."

Maar ook zegt Weeks: de heilzame werking van seks komt het sterkst tot uiting in een langdurige relatie. Losbandigheid leidt tot niets. Ook dat aspect vraagt dus onze aandacht: Trouw.

Wanneer we weten dat zo menselijk geluk kan worden verwezenlijkt, dan zijn wij geroepen die weg met elkaar op te gaan, ook al is dat een heel andere dan wij tot nu toe gewend waren. Die kennis schept verplichtingen.

30. Voorrang voor de relatie en voortplanting als keuze.

Zowel psychologisch als sociologisch moeten wij erkennen dat wij "gezelschapsdieren" zijn, steeds weer zoekend naar geborgenheid bij de anderen. Mensen hebben op de eerste plaats andere mensen nodig. Relatie is een basisprincipe in het bestaan van de mens

Hier gaat het specifiek om de seksuele relatie. Daarbij ga ik dan uit van een gelijkwaardige relatie tussen mensen. Ook ga ik dan uit van een relatie tussen twee mensen, die daartoe uit vrije wil bereid zijn. Het hoeft niet altijd een relatie te zijn, die uitloopt op geslachtsverkeer, want seksualiteit is veel meer dan dat. En dan zien wij drie combinatiemogelijkheden:
de man-vrouw-relatie,
de man-man-relatie,
de vrouw-vrouw-relatie.

De laatste twee noemen we dus een homofiele relatie. Voor alle duidelijkheid: Ook de kerk van Rome erkende en erkent nog steeds het belang van een goede relatie, anders had zij niet steeds grote waarde gehecht aan de onverbreekbare huwelijksband. Dat is dus niet het echte probleem. Het gaat om de voorrang die men geeft aan de procreatie en om de mogelijkheid tot keuze: wel of geen procreatie. En dit moet een vast uitgangspunt zijn in ons denken: "Leven en geborgenheid horen bij elkaar."

Partners moeten daarom leren zoveel als mogelijk is te zorgen voor een situatie die de nodige veiligheid en geborgenheid kan bieden aan het te verwachten nieuwe leven, omdat dit te kostbaar is om het in de waagschaal te stellen. Het valt alleen maar te betreuren, dat zelfs die mogelijkheid niet altijd en voor iedereen bestaat.

Maar zo'n situatie is in veel gevallen en met name in pas beginnende relaties niet zo maar opeens aanwezig. Dat is een groeiproces, waarin toenadering tot elkaar ook tot uitdrukking komt door lichamelijke contacten, waartoe op zeker moment ook de geslachtsdaad behoort.

-- Aanstaande ouders moeten dus voor het krijgen van kinderen een bewuste en eerlijke keuze kunnen maken en kunnen zoeken naar een moment dat het nieuwe leven redelijkerwijs kansen heeft. Maar dat kan en mag niet betekenen dat zij tot die tijd van elk geslachtsverkeer moeten afzien. Dat zou hun relatie pas echt schaden.

-- Er zijn heel wat situaties denkbaar (denk bv. aan het overdragen van erfelijke ernstige afwijkingen) waarbij helaas voorgoed van het krijgen van kinderen moet worden afgezien omwille van het onaanvaardbare risico voor het nieuwe leven zelf. Dat besluit hangt wel van de partners zelf af, maar ook de adviezen van andere deskundigen kunnen dan van wezenlijk belang zijn.

-- De gezondheid van één van de partners kan een belangrijke rol spelen en dan is niemand gehouden zijn leven in de waagschaal te stellen.

-- In beide laatste situaties dan ook nog verwachten dat men instemt met de verplichte doelstelling, zoals inderdaad in menig kerkelijk stukje wordt gesteld, is niet alleen onlogisch en te veel gevraagd, het is ook denigrerend naar het paar. Het ontkent de realiteit in hun relatie die al moeilijk genoeg is. Die menselijke realiteit ontkennen is inhumaan en ook hier zou afzien van geslachtsverkeer de verkeerde oplossing zijn, omdat het een relatie zelf zal bedreigen.

Dan blijft nog de mogelijkheid over tot geslachtsverkeer waarbij procreatie in de gangbare betekenis bewust wordt voorkomen. Met andere woorden: men gebruikt een of ander voorbehoedsmiddel om het ontstaan van nieuw leven te voorkomen.

Dit is óók een cruciaal punt in de discussie. Is het ethisch wel te verantwoorden dat de mens een levensbeginsel als eicel en zaadcel zomaar vernietigt ?

De vraag is dan of er wel sprake is van levensbeginsel zoals het uitgangspunt van dit kerkelijk denken toch eigenlijk is? Ik wil hier verwijzen naar hetgeen ik al eerder schreef m.b.t het levensbeginsel.

Ik heb beschreven hoe het oude mannelijke denken van invloed is geweest op conclusies t.a.v. nieuw menselijk leven. Inmiddels is al heel lang (sinds 1827 en 1875) bekend dat dit denken over de mogelijkheden van het mannelijk zaad onvolledig en soms onjuist is. Zaadcel en eicel zijn, los van elkaar, geen van beide volledig levensbeginsel. Pas wanneer zaadcel en eicel met elkaar zijn versmolten zou men kunnen spreken van levensbegin d.i. begin van nieuw leven, hoewel wij ook dat moment niet precies kunnen aangeven en er ook dan nog problemen kunnen opdoemen.

Moreel gezien zijn zaadcel en eicel, ieder apart, neutrale gegevens: noch goed, noch kwaad. Daarom kan wat de kerken zaadverspilling noemen op zichzelf niet beoordeeld worden als kwaad, te meer niet omdat zaadcellen nog andere functies vervullen dan alleen bevruchting. Bovendien geeft de natuur zelf het voorbeeld. Aan overvloed is daarbij geen gebrek.

Maar hoe zit het dan met de mogelijkheid tot het verwekken van kinderen.? Die mogelijkheid is in de natuur immers niet voor niets gegeven. Mensen hebben daarin toch een taak te vervullen en verlangen er ook meestal naar.

Er zou op deze wereld heel wat fout gaan wanneer er geen nieuw leven zou worden geboren.

Maar betekent dat dan ook dat het altijd en overal een voorwaarde voor geslachtsverkeer moet zijn?

Naast het voorgaande wil ik ook dat andere argument beklemtonen. Dat argument duidt op die andere verantwoordelijkheid: een leefbare en beschermde situatie voor nieuw leven trachten te garanderen. Nemen wij nu even de theologisch gefundeerde stelling: "Gods wil kunnen wij slechts kennen uit wat onder mensen gebeurt." (Schillebeeckx)

In de tegenwoordige wetenschap hebben mensen ontdekt dat zij invloed ten goede en ten kwade kunnen uitoefenen op bepaalde natuurgegevens. Dit blijkt in ons geval heel duidelijk in de gynaecologie. Wij weten tot op zekere hoogte vrij nauwkeurig wanneer nieuw leven tot stand komt, wanneer het risico met zich meebrengt, maar ook hoe wij nieuw leven kunnen voorkomen. Dat betekent dat de keuze voor nageslacht in de handen van ons mensen is gelegd.

En de mens heeft kennelijk de opdracht die keuze op verantwoorde wijze te maken. Bedoeld is dus niet: ten koste van alles nieuw leven bevorderen.

De keuze is in principe aan de mens zelf. Daarom kan de mens afzien van voortplanting, hetzij tijdelijk of voor altijd en er bestaan vele redenen om die keuze inderdaad te maken:

-- voor een celibatair leven omwille van een of ander hoger doel of om persoonlijke motieven.

-- vanwege erfelijke bezwaren.

-- vanwege het ontbreken van overlevingskansen.

Die keuzemogelijkheid is de mens niet voor niets gegeven. Hij mag en soms móet hij daar dan ook gebruik van maken, hetzij voor of tegen. Van de andere kant kennen wij ook ons eigen onvermogen altijd en overal nieuw leven te garanderen. "Men neemt geen kinderen, maar men ontvangt ze," zeggen wij dan om daarmee de geboorte als gave te benadrukken en omdat wij ons ervan bewust zijn dat wij niet alles zelf in de hand hebben. Ook dat is onderdeel van ons mens zijn.

Wanneer nu de mens deze kennis en kunde in handen heeft gekregen, betekent dit volgens bovenstaande stelling dat het kennelijk goed is en dat mensen daar op verantwoorde wijze gebruik van mogen maken. De conclusie dient derhalve te zijn: Procreatie in de gangbare betekenis is een groot goed waarmee de mens op eerlijke en waardige wijze verantwoord moet leren omgaan. Maar dat betekent tevens dat de mens met de hem gegeven kennis steeds gehouden is tot bewuste keuzes. En soms zal dat betekenen dat van procreatie voorlopig en soms zelfs voorgoed moet worden afgezien.

Met andere woorden: De relatie is primair noodzakelijk. Procreatie komt pas daarna aan de orde.

31. Het gaat ook om het algemeen belang.

Het gaat sociaal gezien niet alleen om de belangen van het paar. Het gaat uiteraard ook om een maatschappelijk belang. Dat mensen met elkaar samenlevingsvormen organiseren is natuurlijk ook van invloed op wat er verder in de maatschappij gebeurt. Er moeten dus afspraken worden gemaakt, waaruit blijkt hoe en waar de rechten van individu, paren en maatschappij liggen en hoe ze zich tot elkaar verhouden. Maatschappelijk gezien is het niet van zo groot belang of de maatschappij vaste relaties benoemt als een huwelijk of er liever een andere naam aan geeft. Het gaat voor de overheid niet om sacraliteit of andere religieuze gedachten. Daar gaat het om de garantie van ieders rechten. En de overheid moet er op toezien dat die rechten worden gerespecteerd.

In die zin heeft de Congregatie van de Geloofsleer van de Kerk van Rome ongelijk als zij in een verklaring meent dat de overheid alleen maar mag uitgaan van de gelovige opvatting van het huwelijk als goddelijke instelling en daarom van rooms-katholieke politici verlangt dat zij de wettelijke mogelijkheid van bijvoorbeeld homohuwelijken moeten tegenhouden. De maatschappelijke realiteit is immers veel ruimer. Er zijn nu eenmaal ook mensen die andere opvattingen hebben, die zij dan ook in alle vrijheid mogen beleven.En hun rechten dienen ook door rooms-katholieke politici in hun functie van wetgever te worden gegarandeerd Maatschappelijk gezien moeten overheid en politici er voor zorgen dat ook deze mensen gebruik kunnen maken van hun recht. Er bestaat niet voor niets een scheiding van kerk en staat. Deze scheiding kan natuurlijk niet worden opgeheven om kerkelijke doelstellingen te verwezenlijken. De erkenning van de homorelatie is maatschappelijk gezien een goede zaak, of men het nu huwelijk noemt of niet, omdat daardoor ordening wordt geschapen waar dat nodig is. Het is immers een realiteit, of wij dat nu leuk vinden of niet.

Maar ook binnen de kerken is het van algemeen belang orde op zaken te stellen inzake relaties tussen mensen. Daarom is de gangbare opvatting van sommige kerken een gemiste kans om een nieuwe visie op relaties te ontwikkelen, al was het maar door te zeggen dat het nog niet duidelijk is, waarheen dat zal gaan.

32. Waarden en normen.

Als we het over waarden en normen hebben met betrekking tot de menselijke seksualiteit komt al snel de angst boven voor de mogelijke onbeheersbaarheid van de hartstocht. We horen dan opmerkingen over pedofielen, lustmoorden, aanrandingen en verkrachtingen. En zeker niet ten onrechte. Die geluiden bestaan al eeuwen, hoewel zij hier en daar ook wel eens worden overdreven. Dit zijn inderdaad zaken die een grote bedreiging kunnen vormen voor ons maatschappelijk samenleven. We mogen ze dan ook beslist niet negeren.

Daar komt nog bij dat ons vooral in de reclame en in sommige media dikwijls een overtrokken, onjuist, eenzijdig en zelfs onsmakelijk beeld wordt voorgeschoteld over wat seksualiteit is.

En ook sommige pogingen uit heterofiele zowel als uit homofiele kringen om de aandacht te trekken zijn bepaald geen bijdrage aan vernieuwing en dreigen zelfs de problemen nog te vergroten. Deze feiten krijgen in de media veel, soms te veel aandacht, mede om hun grote emotionaliteit en omwille van de sensatie. En van alle kanten worden we er op gewezen dat dit een slechte voorstelling van de menselijke seksualiteit is. Toch zullen we ons óók iets anders moeten afvragen.

Mogen we abnormaliteiten en misbruik wel gebruiken als uitgangspunt voor onze normering? Het gaat bij normering immers om het vaststellen van wat goed is: "Zo hoort het te zijn."

Zit het gevaar voor ontsporingen eigenlijk wel in de seksualiteit zelf of heeft het veel meer te maken met de hele menselijke geest? Dat soort ontsporingen zien we immers ook op allerlei andere terreinen. Moord, doodslag en stelen zijn al net zo berucht. Toch is "bezit" echt een rechtmatige zaak. En we verbieden bezit toch niet omdat er gestolen kan worden. Neen we doen dan iets aan het stelen en niet aan het bezit.

Een maatschappelijk kwaad en een religieus kwaad. We hebben inmiddels kunnen vaststellen dat de menselijke seksualiteit een factor van enorm belang is voor ons leven en welzijn. Zonder deze menselijke eigenschap zou er niet alleen geen nieuw menselijk leven ontstaan, maar ook gelukkig makende relaties zouden ondenkbaar zijn. De menselijke seksualiteit is van uitermate groot belang voor alle maatschappelijke verhoudingen tussen mensen, mede door de grote emotionele effecten. We kunnen evenwel het belang ervan naar drie kanten overdrijven:
a) Overdrijven in het gebruik.
b) Overdrijven in de angst voor een verkeerd gebruik.
c) De norm invullen door uit te gaan van negatieve verschijnselen.

a) We kunnen in onze wereld, en dit in toenemende mate, een ontwikkeling constateren, die mensen te pas en te onpas alsmaar opdringt met seksualiteit bezig te zijn. Op steeds meer terreinen wordt, veelal geïnspireerd door slimme reclamelui, "seks", "naakt" en "met elkaar naar bed gaan"gebruikt om andere doelstellingen te bereiken. Men ziet het in films, reclames, affiches langs de openbare weg, verhalen op de t.v., en tijdschriften. Je kunt bijna geen advertentie meer opslaan of je wordt geconfronteerd met erotische franje die helemaal niets met het artikel te maken heeft en alleen maar bedoeld is om aandacht voor het product te trekken.

Niet alleen dat het er tot in het absurde met de haren wordt bijgesleept, er worden ook verkeerde waarden en normen in gesuggereerd. Alles schijnt te mogen, vooral je eigen hartstocht volgen is het mooiste dat er bestaat. Ieder contact dient in bed te eindigen, alsof dat voor iedereen en overal in zo kort mogelijke tijd een noodzakelijke afloop moet zijn. En dan nog zo heftig mogelijk ook, alsof dat het toppunt van gelukzaligheid zou zijn.

Bepaalde zenders, filmmakers en advertentieontwerpers "gebruiken seks" om klanten te trekken en kijkcijfers omhoog te halen. Dat een goede seksuele relatie anders verloopt, in tederheid en met veel respect voor de gevoelens van de ander en niet persé in bed eindigt, komt in die gevallen zelfs niet eens meer ter sprake. Omdat daarmee de werkelijkheid geweld wordt aangedaan en onware informatie wordt verstrekt, is het goed voorstelbaar dat onrijpe mensen, en dat zijn heus niet alleen jongeren, daaraan een misvormde kijk op seksualiteit overhouden en dat een positieve kijk geen kans meer krijgt. Dat noem ik een maatschappelijk kwaad.

b) Maar het tegengestelde is ook mogelijk.

De menselijke seksualiteit voortdurend afschilderen als noodzakelijk kwaad, als zondig, onrein, vies en wat dies meer zij, is evenzeer een misvorming van de werkelijkheid, omdat daarmee wordt ontkend dat seksualiteit echt heel veel mensen gelukkig maakt en als heel positief wordt ervaren.

Dat negatieve denken is gevaarlijk en kan óók de menselijke geest misvormen. Dan ontstaan situaties zoals die welke we aantroffen bij de oude kerkvaders.

Ook daardoor kunnen mensen ontsporen. Het gebeurt ook inderdaad. Scrupulositeit, angst en bijgeloof hebben menige relatie kapot gemaakt. En lustgevoelens worden dan als onnatuurlijk, ongezond en bedreigend ervaren, hetgeen weer een bedreiging voor de relatie betekent. Ik noem dat een religieus kwaad.

In beide gevallen is sprake van een zekere overeenkomst: In beide gevallen wordt veelal niet duidelijk gemaakt dat seksualiteit heel veel meer is dan alleen maar lichamelijk contact, het uitleven van je eigen lustgevoelens of het voortbrengen van nieuw leven. Dat het niet op de eerste plaats gaat om de details maar om het geheel. Vergeten wordt dat seksualiteit de hele mens in al zijn facetten betreft: de hele persoon met geest en lichaam en die beide dan nog onafscheidelijk met elkaar verbonden tot een eenheid. Leren omgaan met je seksualiteit betekent op de eerste plaats je eigen seksuele identiteit leren kennen, erkennen en accepteren.,eerlijk en zonder voorbehoud, inclusief je gevoelens en verlangens.

Maar daarmee alleen is de seksualiteit nog te veel gericht op de eigen persoon. Er is nog een andere gerichtheid nodig: die op de ander. En daarvoor geldt als absolute eis: eerbiediging van de integriteit, dat is de onschendbaarheid van elk menselijk lichaam en elke menselijke geest: Niemand heeft het recht lichaam of geest van wie dan ook te schenden, van hun vrijheid te beroven of hem/haar als persoon te ontkennen(zie hiervoor art. 3, 6, 16 en 30 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens) (zie tekst 6).

Er zijn dus twee waarden voor een gezonde seksualiteit, waarmee een goede opvoeding rekening dient te houden:
1.De eigen identiteit en integriteit van lichaam en geest.
2.De integriteit van lichaam en geest van de ander.

Daar komt nog een derde norm bij: TROUW.

Want trouw is nodig om de belangen van jezelf én die van de ander te verzekeren. Trouw is als het ware de liefdesgarantie die nodig is omwille van elkaars beschikbaarheid.

Het zijn deze drie normen die centraal moeten staan in de voorlichting en de opvoeding. De rest volgt dan binnen een levenslang groeiproces. Hier liggen de normen, die voor iedereen geldt, religieus of niet. Maar dan gaat het dus over positieve normen:
* eerbied voor de integriteit van de ander en van jezelf, zowel lichamelijk als geestelijk.
* waarborg voor de persoonlijke en vrije keuze.
* trouw aan je eigen bedoelingen en die van de ander. Deze trouw vindt de hoogste vorm in de belofte van trouw, die wij meestal in formele zin huwelijk noemen, maar die tegenwoordig ook in andere vormen gestalte krijgt.

Die trouw aan elkaar wordt zo belangrijk geacht dat wij er een apart woord gebruiken voor het beloven ervan: We noemen dat: "Trouwen." En kerken vinden die belofte zo belangrijk dat Gods zegen erover wordt afgesmeekt.

Niet de negatieve, maar juist de positieve kanten vormen dan de norm.

33. Het homohuwelijk.

Waarom mogen homofielen eigenlijk niet trouwen?

Als we het hier over trouwen hebben, dan komt de vraag naar voren: Wat is trouwen eigenlijk en waar komt het vandaan?

Een oude uitdrukking luidt: " Trouwen is houen."

Een definitie is dan:" Trouwen is elkaar blijvende trouw beloven met uitsluiting van ieder ander; eventueel in een openbare plechtigheid en vastgelegd in een juridisch document: de trouwakte."

De vraag is dan weer:" Waar is dat voor nodig?" Je kunt elkaar toch ook trouw beloven zonder die ceremonie.

Dat kan inderdaad en komt ook veelvuldig voor, maar het is ook duidelijk waar deze plechtige "trouw"belofte toe dient. Maar laten we wel weten dat het huwelijk zoals wij dat nu kennen, ook in kerkelijk verband, niet altijd heeft bestaan.

E. Schillebeeckx geeft in zijn boek "Het huwelijk, aardse werkelijkheid en heilsmysterie (59) vanaf pag.177 een uitgebreide beschrijving van de geschiedenis van het trouwen en van de oorsprong daarvan. Oorspronkelijk had het vooral een maatschappelijke, zeg juridische betekenis en had daardoor niet zo erg veel te maken met het begrip trouw. Het ging er meestal om de rechten van de man op zijn vrouw (zijn bezit) veilig te stellen. Beveiliging tegen zaken als vrouwenroof en roofhuwelijken was ook veelal noodzakelijk. Maar ook andere juridische kwesties werden daardoor veilig gesteld. We kunnen dan denken aan zaken die ook nu nog een rol spelen:

-- het recht op geslachtsverkeer met elkaar.
-- het recht om de kinderen op te voeden.
-- het recht op erfenis en bezit.
-- sociale zekerheid: door o.a. onderhoudsverplichtingen.
-- openbare zedelijkheid.
-- het voorkomen van dubbele huwelijken: bigamie, enzovoort.

Een typisch maatschappelijk belang dus. Oorspronkelijk verkondigde de kerk wel het belang van een huwelijk, ondanks allerlei negatieve gedachten daarbij, maar zij bemoeide zich niet of nauwelijks met de formele sluiting. Het gebeurde dus aanvankelijk ook niet in een kerkelijke plechtigheid. Pas later en na een langdurige overgangsperiode ging de Kerk van Rome de heiligheid en het sacramentele van het huwelijk benadrukken en goot ze de ceremonie in een steeds vastere vorm. En hoe meer deze kerk de staatsvormen van bestuur ging bezigen, des te meer kreeg de huwelijkssluiting een vorm die bepaalde zaken juridisch moest vast leggen.Het ging toen pas om: geldigheid, geoorloofdheid, huwelijksbeletselen e.d.

Uiteindelijk en dus pas later in de geschiedenis van de Kerk van Rome kwam daarin ook steeds meer de sacramentele vorm naar voren, vergezeld van de zegening door de bisschop of de priester. In de discussie daar omheen dook ook steeds de vraag op: "Wie sluit nu eigenlijk het huwelijk? Doen de beide partners dat? Of gebeurt dat door de priester?

Dat mondde uit in de conclusie dat het sacrament van het huwelijk bediend wordt door bruid en bruidegom zelf, maar dat het omwille van de kerkorde pas als volledig rechtsgeldig door de kerk werd erkend:

1. Door het in het openbaar afleggen van de trouwbelofte, ten overstaan van een daartoe bevoegde vertegenwoordiger van de kerk (meestal een bisschop of priester) en in het bijzijn van twee getuigen. (matrimonium initiatum), waarna de priester of bisschop dit huwelijk namens de kerk inzegent.

en tevens:
2. Door de voltrekking van de geslachtsgemeenschap. (matrimonium consummatum)

De burgerlijke huwelijkssluiting kent in de meeste landen alleen de juridische vorm en laat zich niet in met religieuze gronden. Wel treden in sommige landen geestelijken tevens op als ambtenaar van de burgerlijke stand, waardoor het huwelijk op hetzelfde moment zowel wettelijk als kerkelijk kan worden gesloten.

Er spelen dus in de kerkelijke zowel als in de burgerlijke huwelijkssluiting steeds twee zaken een rol: rechtszekerheid en de onderlinge trouw. De rechtszekerheid is gemakkelijk te begrijpen, als men denkt aan de gevolgen voor familie en voor de kinderen, die uit zo'n huwelijk voortkomen.

Het belang van trouw. Nu moeten we voorzichtig zijn met wat al te gemakkelijk te verwijzen naar de Tien Geboden en met name naar wat we vanouds het 6de en 9de gebod noemen. Ook hier heeft het probleem van de vertaling zijn sporen nagelaten. De indeling in Tien Geboden komt in de bijbel niet voor, maar wordt opgemaakt uit de twee teksten die daarover gaan: Exodus 20, 2-18 en Deuteronomium 5,1-22, waarvan Deuteronomium de duidelijkste en bondigste is, reden waarom hier gekozen is voor deze laatste. (Tekst 8.) In feite gaat alleen het 6de gebod over huwelijk en trouw en heeft het 9de gebod een andere strekking.

Daarom voor alle duidelijkheid: het 6de gebod komt voort uit Deut. 5,18: Gij zult geen echtbreuk plegen. Het 9de gebod komt voort uit Deut.5,21: Gij zult uw zinnen niet zetten op de vrouw van uw naaste, noch op zijn land, zijn slaaf of slavin, zijn rund of zijn ezel of iets dat hem toebehoort." Het 9de gebod gaat dus feitelijk over iets anders dan ontrouw. Het gaat om het bezit van de man, dat men niet mag begeren: niet alleen zijn land, slaaf of slavin, maar ook zijn vrouw wordt als zijn bezit gezien. Dat heeft uiteraard te maken met de visie die men in die dagen had op de man/vrouw verhouding, een visie die in onze dagen als achterhaald wordt beschouwd. In feite ging het dus over diefstal.

Deze tekst (Deut. 5,21) kan men dus niet aanhalen als bijbels bewijs i.v.m. trouw en ontrouw, maar ook niet i.v.m. onkuisheid Dat geldt wel heel duidelijk voor het 6de gebod of Deut. 5,18: Gij zult geen echtbreuk plegen

Het is in feite normvervagend geweest dat men het begrip "echtbreuk" later is gaan vervangen door het veel ruimere, maar ook veel vagere begrip "onkuisheid".

Ik vind die omzetting internationaal terug in bv. de katechismus van het bisdom Haarlem anno 1911: "6de gebod: Gij zult geen onkuischheid doen"evenals in de latere katechismus van dat bisdom anno 1960 en in bijvoorbeeld de katechismus van het bisdom Parijs anno 1963: "6. Tu ne feras pas d'impureté.

Dat is een onjuiste verenging van Deut. 5,18 want onkuisheid is geen synoniem voor echtbreuk. Echtbreuk heeft te maken met het verbreken van een band tussen twee mensen: Je zegt door je daad van ontrouw de trouw op die je hebt beloofd.

Dit gebod raakt dus het wezen van het huwelijk, van het trouwen: "De trouw."

Maar, zoals al gezegd, ook om andere redenen is trouw (al of niet bevestigd) wezenlijk voor een goede seksuele relatie. Op de eerste plaats om een psychologische reden: Het betekent heel veel de integriteit van het eigen lichaam ter beschikking te stellen aan de ander. Dat kun je alleen doen wanneer je je veilig voelt en wanneer je je geborgen weet. Wanneer je zeker bent van de ander. Op de tweede plaats om een maatschappelijke reden: door je belofte van trouw kun je tegenover anderen je daarop beroepen. Op de derde plaats: omwille van de kinderen die uit zo'n relatie voortkomen. De zekerheid dat ouders altijd ter beschikking blijven is van wezenlijk belang voor een evenwichtige opvoeding van kinderen.

En voor de gelovige mens om twee religieuze redenen:
1. Omdat trouw een afbeelding is van Gods trouw aan mensen
2. Omdat men er, wanneer er sprake is van een hecht gegroeide relatie, van uit mag gaan dat die relatie door God gewild wordt: "Wat God verbonden heeft, dat zal de mens niet scheiden."

Duidelijk is dus dat de trouwbelofte als garantie wordt bedoeld. Daarom wordt deze trouwbelofte al vanouds als wezenlijk element gezien. Zonder trouwbelofte is geen huwelijkssluiting mogelijk. Kort gezegd: Door trouw te beloven, kan de mens op humane wijze, samen met de ander, zijn/haar seksualiteit beleven. Het één vraagt om het ander.

Het homo-huwelijk.
Is er dan ook een dergelijke ruimte wanneer twee homofiele mensen (mannen of vrouwen) elkaar trouw voor het leven willen beloven met uitsluiting van anderen?

Even afgezien van de mogelijkheid dat in zo'n situatie toch ook wel kinderen aanwezig kunnen zijn, denk ik dat in de oude visie, waarin intentioneel steeds de komst van kinderen moet worden gewild, een officiële erkenning van zo'n relatie niet kan worden verwezenlijkt. Ik heb echter al eerder aangegeven dat het meer in overeenstemming is met de tegenwoordige stand van de wetenschap en ook van de praktijk van alledag deze doelstelling als keuzemogelijkheid te beschouwen al naar gelang de omstandigheden en als eerste en permanent doel de trouw aan de relatie met één partner te vragen.

Wanneer kerken zouden overgaan tot aanvaarding van deze doelstelling, en bovendien een andere visie zouden ontwikkelen op de menselijke seksualiteit in het algemeen, dan zou er ook ruimte komen voor een officiële kerkelijke erkenning van een vaste homofiele relatie. Overigens hoeft zo'n erkenning niet persé benoemd te worden als huwelijk (what is in a name?), als het element trouw er maar in aanwezig blijft.

Maar wat kunnen kerken er dan eigenlijk nog op tegen hebben? Met een inzegening, dit is het vragen van Gods zegen over die trouw, behoeven we dan immers geen moeite meer te hebben.En of het dan ook nog een sacrament is? Wie bepaalt dat? Is het wel zo ondenkbaar in een akte op te nemen: "dat ik mijn partner altijd trouw wil blijven..."?

Bovendien geeft de kerk daarmee gemakkelijker en ondubbelzinnig aan dat zij duidelijk verklaarbare, grote bezwaren heeft tegen promiscuïteit (steeds wisselende relaties), die gemakkelijk een serieuze bedreiging kunnen vormen voor de gezondheid en het geluk van mensen en waarvan we moeten vaststellen dat die zowel in homofiele als in heterofiele kringen veel voorkomt

Daar gaat het dus om: mensen willen elkaar trouw zijn en mogen elkaar dat dan ook (al of niet onder Gods zegen) toezeggen, heterofiel of homofiel. Wat dat betreft maakt het geen verschil. Het gaat om menselijk geluk. Een menslievende kerk kan dat toch eigenlijk niet weigeren.

AMRUTHA, roman in het Engels
door John Wijngaards
Hoe komen wij de verouderde sexuele moraal te boven?
Het christelijk genieten van seks Veelgestelde vragen
Fantasieën Naaktheid Voorbehoedsmiddelen Schuld Homoseksualiteit Masturbatie
Nieuw focus in de Katholieke seksuele moraal/ academische bronnen


Homofilie Normaal door Ton G. M. Smits

Voorwoord

Geschiedenis

Onderzoek

Conclusies

Samenvatting

Literatuur

Genderwoorden

Teksten